Onder prachtige weersomstandigheden vond op zaterdag 9 mei in Rijssen de inzamelingsrit voor KWF Kankerbestrijding plaats. Onze leden Jan en Marjolein Arends gaan op Alpe d’HuZes proberen om zo vaak mogelijk de Alpe d’Huez op te fietsen, samen met nog duizenden deelnemers.

Tientallen — veel meer dan verwacht — TCR-leden kwamen bij transportbedrijf Pultrum bijeen om een keuze te maken tussen een tocht van 85 of 105 kilometer. De koffie stond klaar en alles wat toerfietsen zo gezellig maakt — mensen ontmoeten, sterke verhalen delen en ondertussen doen alsof we allemaal nog net zo sterk zijn als twintig jaar geleden — begon al vroeg in de ochtend.

Vanaf hier onze belevenis, die van Berend en mijzelf, een ochtend die in het teken stond van iets waarvan we wel weten dat het bestaat, maar wat we in gesprekken graag iets kleiner maken dan het in werkelijkheid blijkt te zijn: de strijd tegen de tand des tijds. Een strijd die we deze ochtend met opgeheven hoofd, verloren.

Vanwege plannen later op de middag besloten we niet met een TCR-groep de volledige 105 kilometer te rijden, maar zo snel mogelijk na aankomst bij Pultrum te vertrekken. Dat had uiteindelijk ook het beoogde effect: we waren als eersten weer terug. Dat dit niet helemaal volgens het oorspronkelijke wedstrijdprincipe was, laten we even in het midden.

Naast elkaar reden we richting het Wierdense Veld en genoten van een ontluikend zonnetje. We wisten dat de eerste groepen ons vroeg of laat voorbij zouden snellen. T1, T2 en wellicht ook T3. De T4 zou wat langer duren, maar ook daaraan zouden we vermoedelijk niet ontsnappen. Niet erg, want we fietsen uiteindelijk voor ons plezier. En een beetje voor de koffie onderweg.

Bij de oversteek van de weg Wierden–Nijverdal stonden we voor rood licht te wachten toen we ineens het geraas van smalle fietsbandjes en aanlopende remschijven hoorden. Ja hoor, daar was de T2. Toen het licht op groen sprong besloten we te kijken hoe lang we konden volgen. Achteraf bezien was dat ongeveer hetzelfde verstandige besluit als “nog één biertje dan”.

De tellers schoven ruim boven de 35 km/u, met uitschieters boven de 40 wanneer er mannen op kop reden waarop blijkbaar geen maat stond. We riepen nog dat ze geen rekening met ons hoefden te houden; wij, ruime AOW’ers die gewend zijn te profiteren van sociale zekerheid, wilden vooral proberen te profiteren van de slipstream. Achterin meerijden ging eigenlijk verrassend goed, al merkten we wel dat de snelle bochtentechniek van vroeger wat verdwenen was. Na iedere haakse bocht moesten de ontstane gaatjes met moeite worden dichtgeschroeid, waarbij de hartslagmeters inmiddels in het rood begonnen te piepen.

Maar liefst 35 kilometer hielden we het tempo vol. Han Willems, oud-beroepsmilitair en gezegend met een “we laten nooit iemand achter”-mentaliteit, liet zich af en toe terugzakken om ons weer naar het wiel te brengen. In de buurt van Lemele vonden we uiteindelijk ons Waterloo. Op het viaduct werd nog eens stevig doorgetrokken — volgens Strava reden we daar zelfs een PR van 39,0 km/u — maar toen viel er definitief een gaatje. We probeerden het nog dicht te rijden, maar met de Lemelerberg nog in het vooruitzicht leek dat ongeveer even haalbaar als een rentree in het profpeloton.

We namen ons verlies sportief, pakten ons eigen tempo weer op en reden richting de verzorgingspost. Ook daar was alles uitstekend geregeld. We vulden de verbruikte calorieën weer aan — voor zover één plak cake de suikerspiegel voldoend kan laten stijgen — pakten de fietsen opnieuw op en zagen ondertussen de T1 nog even gezellig blijven hangen. Even later begroetten we de T3 en T4, die zich waarschijnlijk afvroegen hoe het mogelijk was dat ze ons nog niet hadden ingehaald.

Bij het stoplicht bij de oversteek in Haarle — opnieuw rood — kwam de T2 ons wederom achterop. Natuurlijk sloten we nog één keer aan en lieten ons meeslepen tot aan het begin van de Holterbergweg. Om niet volledig uitgewoond thuis te komen besloten we daar rechtdoor te rijden. Na nog een kilometer of vijftien kwamen we weer aan bij Pultrum, waar Marjolein ons opwachtte. De hamburgers zijn kakelvers, gebakken uitjes er op, heerlijk !!! Niet veel later arriveerde ook de T2, die ondertussen nog twintig kilometer extra had gereden. Dat gaf ons in ieder geval het gevoel dat we tactisch bijzonder sterk hadden gekoerst.

Voor ons voelde het even alsof het weer 2005 was. We genoten van de moeiteloze trapkunsten van de mannen van de T2, maar misschien nog wel meer van de waardering dat we überhaupt nog konden volgen. Heren van de T2, namens de gehele achterban Wessels/Schreurs: bedankt voor het hardgrondig op de neus drukken dat ook wij niet aan de tand des tijds zijn ontsnapt. De Strava-PR’s nemen we dan ook maar met een flinke korrel zout — al hebben we de screenshots inmiddels veilig opgeslagen.

Jan en Marjolein Arends: geweldig dat jullie dit georganiseerd hebben. We vernamen dat er zo’n 200 deelnemers waren. Dat betekent een prachtig bedrag voor een doel dat we allemaal ondersteunen. Want uiteindelijk geldt maar één ding: snel kunnen trappen is prachtig, maar gezondheid is alles.

Groet,
Berend en Gerrit